home

Sociale Psychiatrie, nummer 122

Nummer 122 - September 2017
Boek: Psychische kwetsbaarheid

sp122

   Psychische kwetsbaarheid
   Belicht vanuit sociaalpsychiatrisch
   perspectief

   Ivonne van der Padt, Jeanne Derks en
   Sjaak Boon, redactie

   Speciale uitgave Boom / V&VN-SPV
   September 2017, 240 pagina's
   

  Dit boek wordt aangeboden als
   vervangende uitgave van het tijdschrift
   Sociale Psychiatrie, nummer 122,
   jaargang 36, 2017.
   ISSN: 1386-3541

   Op 16 november 2017 zal dit boek de
   basis vormen van een studiedag van de
   V&VN-SPV

    Uniek aan dit boek

  • Het boek is geactualiseerd sinds de laatste druk van Sociale psychiatrie
  • Interessant voor meerdere disciplines
  • Bijdragen van toonaangevende experts op het gebied van zorg en welzijn

Dit boek is koren op de molen van de professional die binnen het sociale domein werkt. Het is niet het antwoord maar een poging om een beter antwoord te formuleren voor de mens die psychische problemen ervaart en er niet alleen op eigen kracht bovenop komt. Of het nu gaat om grande psychiatrie of om tijdelijke psychische problematiek, iemand die het niet meer aankan moet kunnen rekenen op goede hulp. Hierbij past ubuntu, een opvatting uit Zuid-Afrika waarin je alleen mens wordt door samenleven met jouw medemens. Je kunt je afvragen waarom het zo lang heeft geduurd voordat de psychiatrie zichzelf heeft losgerukt van ketenen waar het zelf niet meer van los dreigde te komen.
Er was een lange weg nodig, te beginnen met het letterlijk losmaken van de ketenen door Philippe Pinel en zijn collega’s rond 1800. Het zal rond 1784 zijn geweest dat een goede vriend van hem zelfmoord pleegde, die geleden zou hebben aan een nerveuze melancholie waarbij een verkeerde behandeling uiteindelijk tot zijn dood leidde.
En steeds weer moest de psychiatrie zich in de jaren erna ontdoen van ketenen waarmee het zichzelf omsnoerd had. Dit alles in een poging om de zorg te verbeteren.
Steeds opnieuw werden behandel methoden ontwikkeld en werd er gesproken en nagedacht over mensen, in plaats van met mensen.

Het is niet voor niets dat we in de zoektocht om de zorg te verbeteren uiteindelijk in gesprek raken met de betrokkenen zelf. Maar dat is wel nieuw. Welke woorden we gebruiken, hoe we met bepaalde aandoeningen omgaan, het heeft alleen betekenis in de wisselwerking tussen de betrokkene en diens omgeving. Welke aandoening dan ook,
geen enkel mens met een bepaalde aandoening is gelijk aan de ander met dezelfde diagnose en heeft derhalve niet dezelfde behandeling nodig. Waar de één geholpen is
met duidelijkheid en een passende diagnose, daar zal een ander tegen de diagnose strijden of deze ontkennen. De GGZ is daarmee ‘veel-talig’ geworden en standaardoplossingen zijn uit den boze. Judith Wolf definieerde psychiatrie als sociale psychiatrie, waarbij symptomen en gedrag begrepen moesten worden in de context van iemands bestaan. Jim van Os heeft ons onlangs nog eens duidelijk gemaakt dat alle symptomen gewone menselijke verschijnselen zijn die iedereen heeft.
Wanneer het niet overgaat of wanneer de verschijnselen het leven van iemand te diep verstoren, leidt dat tot psychische problematiek. Een probleem kan derhalve niet begrepen worden wanneer het ontdaan wordt van zijn ontstaansgeschiedenis en wanneer het niet beoordeeld wordt vanuit de context van het dagelijkse leven.

Welke theorie de hulpverlener aanhangt, welke behandelmethode in de praktijk wordt gebruikt, het heeft geen waarde wanneer de hulpverlener het niet vanuit het perspectief van de betrokkene zelf en diens directe netwerk en naasten probeert te begrijpen. Andries Baart heeft met zijn theorie van presentie laten zien hoe belangrijk het is om de betrokkenen in te sluiten, mee te laten doen en het gevoel geven erbij te horen door aan te sluiten en te luisteren zonder oordeel vooraf. Zingeving, het hebben van enkele geliefden en een gevoel van autonomie blijken steeds weer belangrijke peilers voor een goed leven. Hoe goed hulpverleners het ook bedoelen, ze moeten niet met zichzelf maar met de ander bezig zijn. Niet het heilige geloof in hun eigen theorie is bepalend maar dat wat de ander nodig heeft. Daarmee zijn we de laatste jaren op weg om beter te leren communiceren met betrokkenen en diens belangrijke naasten, zoals familie, vrienden en buurtgenoten. Deze omslag is nog gaande, daarvan getuigt dit boek. Daarnaast blijft onderzoek op medisch, sociaal, psychologisch en filosofisch gebied nodig om de mens beter te doorgronden en steeds opnieuw andere invalshoeken te vinden om daarover in gesprek te geraken.

In dit boek staan nieuwe aanzetten voor oplossingen, nieuwe pogingen om beter te begrijpen wat de psychisch kwetsbare mens nodig heeft. Dat is hoopgevend en de auteurs nemen ons mee in hun opvattingen en praktijk. Een praktijk waarin iemand
wordt gezien binnen de eigen context, waarin iemand zelf op zoek is om betekenis te geven aan het eigen leven. Of zoals Joke J. Hermsen het onlangs mooi verwoordde:
‘Het gaat er niet om wat je bent, maar wie je bent.’ Voor de redactie van Sociale Psychiatrie en de beroepsvereniging is dit boek een waardevol tijdsdocument.

Deze uitgave, in de reeks boeken die we als vervangende uitgave van Sociale Psychiatrie beschikbaar stellen, staat tevens voor een ode aan drie collega’s bij de Hogeschool van Amsterdam: Ivonne van der Padt, Jeanne Derks en Sjaak Boon.

Gerard Lohuis, redactie SP

 

home top

powered by FreeFind
Zoektips
Nieuwsbrieven
Agenda
Vacatures
Contact
V&VN
home
Shift-F16