home

> Impressies van studenten van de vroegere MGZ/GGZ

Iedere dinsdag stop ik mijn collegekaart met foto in mijn portemonnee en vertrek vanuit Rotterdam richting Amsterdam. De foto op de kaart laat een mollige wat vermoeide vrouw zien. Klassiek mantelpak en haar in een knot. Streng en enigszins chagrijnig wordt er in de camera gekeken. De foto is genomen in de zomer voor de opleiding begon. Nu op het einde daarvan is deze vrouw totaal verdwenen, net als het mantelpakje en de knot. Ik ben tien kilo lichter en is het haar verworden tot een kort kapsel, waarvan de haren alle kanten op staan. Een stuk sportiever en jonger, en de vermoeide strenge blik is verdwenen. Daar heb ik nu geen tijd meer voor.
Ik heb me los gemaakt van het institutionele en ben ambulant actief geworden. Heb mijn kantoor en baan bij de polikliniek vaarwel gezegd en ben begonnen op de afdeling sociale psychiatrie (team psychotische stoornissen) van een dynamisch Riagg RNW (Rotterdam). Ik kom weer in de buitenlucht. Pak graag de fiets om mijn patiënten thuis te bezoeken. Heb ik meteen een goed inzicht in het netwerk rond deze patiënt. Bij nacht en ontij draai ik samen met een arts Acute Dienst, met de dienstauto gaan we af op crises en proberen deze op te lossen. Ik verbaas me regelmatig over de parate kennis die ik verworven heb in die drie jaar van lessen volgen, de enthousiaste docenten met liefde voor het vak, readers lezen, lessen voorbereiden, de take-home and bring-back toetsen, de werkstukken die we gezamenlijk maakten, de innige samenwerking binnen ons studiegroepje van vier. Maar vooral het loskomen van hoe ik was en wat ik nu ben geworden en het gevoel dat ik pas aan het begin sta van een nieuwe invulling van mijn beroep. Het plezier en de uitdaging die dat oplevert zal er voor zorgen dat die vrouw die nu op mijn collegekaart staat niet meer terugkomt.

Ghilaine Massuger, derde jaars.




Ik vond als psychiatrisch verpleegkundige het onderscheid met de SPV altijd enigszins vaag. 'Ik had toch de nodige ervaring?' Nu ik aan het einde van de opleiding ben gekomen kijk ik daar toch anders tegenaan. Er is geen sprake van inwisselbaar zijn met de psychiatrisch verpleegkundige. Het zien van patiënten in hun maatschappelijke en sociaal-culturele context, hun behoefte en die van de naaste omgeving, boden mij een nieuwe dimensie. Het sociaal psychiatrisch gedachtegoed, dat tijdens de opleiding enthousiasmerend, op velerlei wijze en in zijn volle breedte gebracht wordt, is een eye-opener. Ongemerkt was ik 'opgegaan' in het medisch model, gericht op formele diagnostiek en ik had misschien wel te weinig oor voor het verhaal van de patiënt. Ik heb geleerd meer uit te gaan van een gezamenlijke probleemdefinitie, en de klacht van de patiënt te zien binnen zijn totale leefsituatie. Het is een verademing om min of meer flexibel te kunnen bewegen tussen verschillende theorieën en gebruik te kunnen maken van verschillende therapeutische technieken. Op die manier ben ik breed inzetbaar en kan ik op een betere wijze klantgericht werken. In dat opzicht heeft de sociale psychiatrie zeker nog een inhaalslag te maken in de transmurale en klinische zorg. Ik hoop en verwacht dat ik daar door de opleiding, en door groeiend inzicht op dit terrein, een steentje aan kan bijdragen.

Onno Kastelein, derde jaars.




De opleiding biedt mij heel veel kennis (zoals de theorie van A. Lange 2000). Ik wil vanuit mijn perfectionisme alles al beheersen waardoor ik tijdens het oefenen in een kramp schiet en last krijg van faalangst. Als ik onderzoek (via reflectie) wat mij zou kunnen helpen om mijn faalangst te verminderen, los te komen van de kramp, schieten de volgende gedachten me te binnen: 'waarom moet ik alles goed kunnen, waarom moet ik heel goed zijn, waarom moet ik van mezelf als SPV in opleiding de gehele systeembehandeling kunnen beheersen?' Ik stel mezelf een eis die ik niet kan waarmaken, bovendien ontneemt het me de mogelijkheid om leerling te zijn. Binnen een week is dat onderwerp al twee keer naar voren gekomen tijdens het oefenen. Leerling mogen zijn, ook al ben ik 47 jaar, is een lastige positie. Ik ben ook vader, eigenaar van een eigen zaak, trainer, teamcoördinator en dan nu weer leerling! Oefenen is voor mij een goede leerschool, steeds voel ik dan even mijn faalangst en moet ik de brug over. Wat dat betreft is de opleiding voor mij erg goed omdat we hiertoe veel mogelijkheden hebben.

onbekende eerste jaars student.




Het eerste jaar was een goede voorbereiding op het stagejaar. De stage was erg enerverend in allerlei opzichten. Veel nieuwe indrukken zoals: zelfstandig behandelingen uitvoeren, contacten met allerlei externe instanties en ook veel met familieleden van cliënten, meewerken in de crisisdienst en meekijken met verschillende disciplines. Supervisie ondersteunde je persoonlijke ontwikkeling tijdens de stage. Je eigen persoonlijke ontwikkeling in het vakgebied is ook datgene wat ik het meest waardevol vind binnen de opleiding. Samenwerken met andere studenten is een belangrijk onderdeel van de opleiding, wat soms meer tijd vraagt, maar erg inspirerend werkt. Ik heb gemerkt dat je zoveel uit de opleiding kunt halen als je zelf wilt. Er is veel ruimte om persoonlijke interesses verder uit te diepen. Dat vind ik erg aantrekkelijk. De opleiding heeft mij ook geholpen om meer mijn richting te bepalen in het vakgebied. Door een breed vakkenpakket en een algemene stage (wat ik iedereen kan aanraden!) kom je er nog beter achter waar je persoonlijke voorkeuren liggen in het werk. De opleiding biedt voldoende mogelijkheden om dit te onderzoeken. Ik kwam er tijdens de opleiding bijvoorbeeld ook achter dat ik het leuk vind om te schrijven, iets wat me nooit opgevallen was binnen mijn werk.

Andrea Tuenter, derde jaars.




Aan het einde van de opleiding tot SPV lijkt het alsof de drie opleidingsjaren voorbij zijn gevlogen. Althans….bij oppervlakkige beschouwing. De kennismaking met nieuwe klasgenoten, een nieuwe opleiding, docenten, een zaken te hebben ontwikkeld, hetgeen door collegae zeer wordt gewaardeerd. De schijnbare moeiteloosheid zal te maken hebben met het plezier in de opleiding. Ik heb toch menig uur achter mijn readers, boeken of computer doorgebracht om lesstof door te nemen of opdrachten te maken. De stageperiode was bij nader inzien een intensieve en daarom ook vermoeiende periode. Niet voor niets hebben in deze tijd een aantal klasgenoten afgehaakt. Gelukkig ben ik erin geslaagd om plezier in de opleiding te houden. Dit was niet gelukt als de voorwaarden hiertoe niet aanwezig waren: gemotiveerde klasgenoten, inspirerende docenten, een leuke stageplaats en alle medewerking vanuit de thuissituatie. Daarnaast, om mijn eigen aandeel niet uit te vlakken: lol om te leren. Mijn klasgenoten en ik zijn door de opleiding veranderd. Door de stage tot een goed einde te brengen bleken wij in staat tot zelfstandig functioneren binnen een nieuw werkterrein: de ambulante psychiatrie. De meeste van ons zijn met deze ervaring inmiddels van baan veranderd en vervullen nieuwe functies die boeiender zijn dan de eerdere. Wel wordt in de nieuwe functie meer van ons gevraagd voor wat betreft te dragen verantwoordelijkheid, vakkennis en inzicht in de eigen grenzen en mogelijkheden.
Schijnbaar moeiteloos in een tijd die omgevlogen lijkt te zijn is mijn zelfvertrouwen gegroeid.

Peter Braem, derde jaars.




Deze impressies van studenten van de Hogeschool van Amsterdam zijn eerder verschenen in het artikel Sociale psychiatrie tussen narratieve beleving en wetenschappelijke evidentie (pdf, 44Kb) door Jan Dimmers en Ivonne van der Padt, vakblad SP, nr 63, 2002.)

 

home top

powered by FreeFind
Zoektips
Crisisdiensten
Actueel
Nieuwsbrieven
Agenda
Vacatures
Contact
V&VN
home
Shift-F16